Westlandbol.nl

Planten, verzorgen en bewaren

Een kleurrijk voorjaar begint met goed geplante bollen. Met de juiste plantdiepte, voldoende water en aandacht na de bloei help je tulpen, narcissen, hyacinten en sieruien om sterk te groeien en reserves op te bouwen voor volgend jaar.

Bloembollen planten: wanneer en hoe diep?

Voorjaarsbloeiers plant je in het najaar, zolang de grond niet bevroren of doorweekt is. September tot half december is een gebruikelijke plantperiode, zoals ook Natuurmonumenten uitlegt. Vorstgevoelige zomerbloeiers, zoals dahlia’s, mogen pas naar buiten wanneer de kans op nachtvorst voorbij is, meestal rond half mei.

Zo plant je de meeste voorjaarsbollen:

  1. Kies een plek waar regenwater goed wegloopt en maak de grond los.
  2. Graaf een gat van ongeveer drie keer de bolhoogte. Bij een bol van 5 centimeter betekent dit een gat van 15 centimeter diep, met circa 10 centimeter aarde boven de bol.
  3. Zet de punt omhoog en laat tussen de bollen ongeveer één tot twee bolbreedtes ruimte.
  4. Vul het gat en druk de grond voorzichtig aan.

De aanwijzingen op de verpakking gaan voor: sommige soorten hebben een afwijkende plantdiepte of meer ruimte nodig. Gebruik voor potten altijd een bak met afvoergaten.

Water geven en bijmesten

Geef na het planten water als de grond droog is. In een natte Nederlandse herfst is extra water in de border meestal overbodig. Controleer potten vaker, ook wanneer ze beschut onder een afdak staan.

Tijdens de groei blijft de grond licht vochtig. Voorkom dat bollen langdurig in natte aarde staan. Geef minder water zodra het blad vergeelt.

Vooral bollen in potten kunnen tijdens de groei extra voeding gebruiken. Geef vanaf het verschijnen van de scheuten een kaliumrijke plantenvoeding volgens de dosering op de verpakking. Stop wanneer het blad begint af te sterven. Meer uitleg vind je bij de tuinbouwvereniging RHS over bloembollen planten en verzorgen.

Na de bloei: laat het blad staan

Verwijder bij tulpen en narcissen de uitgebloeide bloem met het beginnende zaaddoosje. Laat het groene blad volledig afsterven: daarmee bouwt de bol nieuwe reserves op. Knip of bind het blad dus niet voortijdig samen. Dit is ook de kern van het verzorgingsadvies van bollenkweker Blom Garden.

Narcissen en krokussen kunnen doorgaans blijven staan. Niet iedere tulp bloeit jaarlijks even rijk; botanische tulpen zijn vaak geschikter voor terugkerende bloei.

Rooien en bewaren

Wil je tulpen rooien, wacht dan tot het blad is afgestorven. Haal de bollen voorzichtig omhoog, verwijder losse aarde en laat ze uit de zon drogen.

Bewaar gezonde bollen droog en luchtig in een open kistje of papieren zak. Vermijd afgesloten plastic, controleer regelmatig op rot en voorzie elke partij van een naametiket. Plant voorjaarsbollen in het najaar opnieuw. Vorstgevoelige zomerbollen en knollen vragen een eigen bewaaraanpak en moeten vorstvrij overwinteren.