Bloembollen rooien en bewaren tot het volgende plantseizoen
Uitgebloeide tulpen hoeven niet het einde van je bollenvoorraad te betekenen. Met zorgvuldig rooien, drogen en bewaren geef je gezonde bollen een kans om volgend voorjaar opnieuw te bloeien. Toch hoeft lang niet elke bloembol jaarlijks uit de grond. De soort, de bodem en de beschikbare ruimte bepalen wat verstandig is. Vooral op grond die ’s zomers lang nat blijft, kan rooien nuttig zijn.
Welke bloembollen kun je rooien en bewaren?
Voorjaarsbloeiers hebben na de bloei tijd nodig om reserves op te bouwen. Daarna volgt een rustperiode. Sommige soorten kunnen die prima in de grond doorbrengen; andere profiteren van een droge zomerbewaring.
| Soort | Wanneer is rooien nuttig? | Wat doe je daarna? |
|---|---|---|
| Tulpen | Vooral bij grootbloemige tuintulpen op een vochtige standplaats, of wanneer je de border opnieuw wilt beplanten. | Na het vergelen van het blad rooien, drogen en tot het najaar bewaren. |
| Narcissen | Bij overvolle groepen, afnemende bloei of verplaatsing. Jaarlijks rooien is meestal overbodig. | Groepen delen en bij voorkeur weer planten; zo nodig tijdelijk luchtig bewaren. |
| Hyacinten | Bij natte zomergrond of wanneer je potten wilt vrijmaken. | Na het afsterven van het blad rooien en droog bewaren tot het najaar. |
| Sieruien, zoals grootbloemige alliums | Bij verplaatsing of te dicht geworden groepen. Op een geschikte plek kunnen ze blijven staan. | Na het afsterven delen en opnieuw planten, of tijdelijk droog bewaren. |
Botanische tulpen en sommige meerjarige tuintulpen kunnen op een passende standplaats jarenlang terugkomen. Ook bij zorgvuldig bewaarde tulpen is nieuwe bloei niet gegarandeerd: kleine bollen hebben soms eerst een groeiseizoen nodig.
Wacht tot het blad zijn werk heeft gedaan
Haal bollen niet direct na de laatste bloem uit de grond. Groen blad maakt nog voedingsstoffen aan waarmee de bol zijn reserves aanvult. Knip het daarom niet voortijdig af en bind het niet samen.
Bij tulpen en narcissen duurt het vaak ongeveer zes weken na de bloei voordat het blad vergeelt. Afhankelijk van de soort en het weer valt het rooimoment meestal tussen eind mei en juli. Kijk vooral naar de plant, niet alleen naar de kalender.
Verwijder bij tulpen en narcissen eventueel de uitgebloeide bloem voordat zaaddozen ontstaan. Laat het blad staan totdat het grotendeels geel en vervolgens verdroogd is.
Wil je een bloempot eerder gebruiken voor zomerplanten? Zet de bollen met hun wortels en aanhangende potgrond tijdelijk in een andere pot. Geef zolang het blad groen is zo nodig water en laat ze eerst verder afrijpen.
Tulpenbollen rooien zonder beschadigingen
Kies bij voorkeur een droge dag waarop de grond goed bewerkbaar is. In kletsnatte aarde blijven gemakkelijk vochtige kluiten aan de bollen hangen.
- Steek ruim naast de planten. Gebruik een handvork of spitvork en houd afstand tot de vermoedelijke bol.
- Licht de grond voorzichtig op. Trek niet aan het verdroogde blad om de bol los te krijgen.
- Schud losse aarde af. Vastzittende grond kun je na het drogen gemakkelijker verwijderen.
- Houd soorten en rassen apart. Leg direct een etiket bij iedere partij.
- Sorteer beschadigde exemplaren uit. Een diepe steekwond of beschadigde bolbodem vergroot de kans op rot.
Kleine dochterbollen kun je bewaren om verder op te kweken. Maak ze alleen los wanneer dat gemakkelijk gaat; forceer geen verbindingen die nog stevig vastzitten.
Bloembollen drogen: begin meteen na het rooien
Leg gerooide bollen direct uitgespreid op een rooster, gaasbak of ondiepe krat met openingen. Eén losse laag droogt gelijkmatiger dan een volle emmer. Kies een overdekte, luchtige plek uit de felle zon.
Laat de bollen niet eerst dagenlang in een vochtige hoop liggen. Juist een snelle oppervlakkige droging verkleint bij tulpen de kans op schimmelinfecties. Dat belang wordt ook uitgelegd in de informatie over het zuurprobleem bij tulpen op de website van branchevereniging KAVB.
Spoel de bollen voor gewone thuisbewaring liever niet af. Daarmee voeg je opnieuw vocht toe. Borstel resterende droge aarde voorzichtig weg zodra die gemakkelijk loslaat.
Wanneer zijn de bollen droog genoeg?
De buitenkant moet droog aanvoelen en eventuele buitenhuiden worden papierachtig. Ook tussen bollen en achtergebleven bladresten mag geen vocht blijven zitten. Reken op enkele dagen of langer, afhankelijk van de omstandigheden; controleer de bollen in plaats van een vaste droogtijd aan te houden.
Verwijder daarna loslatend dood blad en droge wortelresten. Trek geen vastzittende delen los en pel gezonde bollen niet helemaal kaal.
Bloembollen bewaren op een luchtige plek
Gebruik open kratjes, gaaszakjes of papieren zakken die je niet strak afsluit. Een kartonnen doos kan ook, mits er voldoende ventilatieopeningen zijn en de bollen los liggen. Afgesloten plastic houdt vocht vast.
Voor tulpen is tijdens de zomerbewaring een droge, donkere en goed geventileerde plek van ongeveer 18–20 °C geschikt. Een droge kast of berging met een vrij gelijkmatige temperatuur kan werken. Een hete zolder, vochtige kelder of broeierige schuur is minder geschikt.
Narcissen en hyacinten bewaar je eveneens droog en luchtig, op een gematigde plek zonder sterke hitte. Bewaar narcissen niet langer dan nodig: na het delen kunnen ze vaak meteen terug de grond in.
Schrijf op ieder etiket:
- de soort en eventueel het ras;
- de bloemkleur als je de naam niet weet;
- de rooidatum;
- of het om grote bollen of kleine dochterbollen gaat.
Zet de voorraad op een plank waar je gemakkelijk bij kunt. Zo wordt controleren een kleine handeling.
Schimmel, rot en beschadigingen herkennen
Bekijk de voorraad in de eerste weken regelmatig en daarna bijvoorbeeld iedere twee tot vier weken. Controleer extra tijdens warm, vochtig weer.
Een gezonde bol voelt stevig aan. Een losse, droge buitenhuid is op zichzelf geen probleem. Let vooral op schimmelpluis, zachte plekken, lekkend vocht, ingezonken verkleuringen en een aangetaste bolbodem.
Bollen met duidelijke schimmel of rot kun je beter verwijderen. Snijd een rot stuk niet weg om de rest alsnog tussen gezonde bollen te bewaren. Controleer ook de exemplaren die ertegenaan lagen en vervang vochtig verpakkingsmateriaal.
Een klein, droog oppervlakkig plekje hoeft geen diepe beschadiging te betekenen. Bewaar zo’n bol apart en kijk of de plek stabiel blijft. Wordt hij groter, zachter of vochtig, verwijder de bol dan alsnog.
Niet elke bol verdraagt maandenlange droge bewaring
Leliebollen hebben geen beschermende, papierachtige huid zoals tulpen en drogen gemakkelijker uit. Plant ze na het rooien zo snel mogelijk opnieuw. Ook sneeuwklokjes zijn ongeschikt om maandenlang los en droog weg te leggen.
De amaryllis voor binnen, meestal een Hippeastrum, heeft weer een ander ritme. Laat na de bloei eerst het blad doorgroeien met passende watergift en voeding. Een latere rustperiode kan doorgaans gewoon in de pot plaatsvinden. Behandel deze bol dus niet automatisch als een gerooid tulpenbolletje.
Controleer opnieuw vóór het planten
Haal de voorraad in het najaar nog één keer door je handen. Plant alleen stevige bollen zonder duidelijke aantasting. Houd kleine dochterbollen apart: die kunnen gezond zijn, maar hoeven volgend voorjaar nog niet te bloeien.
Plant narcissen bij voorkeur vroeg in het najaar, rond september. Hyacinten en veel sieruien kunnen eveneens vroeg in de herfst de grond in. Voor tulpen zijn oktober en november gebruikelijke plantmaanden, zolang de bodem bewerkbaar is.
Kies een plek waar overtollig water weg kan. Gebruik voor potten verse, goed doorlatende potgrond en zorg voor vrije afvoergaten. Daarmee geef je de zorgvuldig bewaarde bollen ook na het planten goede omstandigheden om opnieuw te groeien.